Skip to main content

We praten vaak over ouder worden als iets dat in de mens zit, maar misschien ontstaat het wel vooral tussen mensen.

 

WAAR ZIT HET OUDER WORDEN?

Zit het in het lichaam,
in rimpels, stramme gewrichten, trager bewegen?

Of zit het in de taal die we gebruiken,
woorden als “kwetsbaar”, “zorgvrager”, “actieve oudere”?

Zit het in de economie,
waar je telt zolang je meedoet,
en daarna vooral een kostenpost bent?

Zit het in het onderwijs,
dat je leert dat waarde gelijkstaat aan presteren?

Zit het in pensioen,
Dat zegt: nu mag je rusten – eh, we bedoelen: vrijwilligerswerk doen?

Of zit het in de werkgever die zegt dat je niet mag doorwerken,
ook al wil je dit zo graag?

Zit het in de stad,
in bankjes die ontbreken, de tram die niet toegankelijk is.
Dingen die je vertellen: dit is niet voor jouw generatie gemaakt?

Zit het in je familie,
die het beste met je voor heeft maar soms vóór je gaat denken?

Zit het in de cultuur,
die zegt dat jong de norm is en vergrijzing een probleem?

Zit het in de gemeenschap die je draagt of vraagt,
of in de wereld die jou vergeet?

Zit het in de blik van de ander
of in hoe je jezelf aankijkt?

Waar zit het ouder worden?
Misschien zit het niet op één plek.
Niet alleen in het individu.
Is het verweven met alles.
Met hoe we leven.
Hoe we kijken.
Hoe we met elkaar zijn.